noun
grill, barbecue, bbq
B1
mannelijk zelfstandig naamwoord: der Grill betekent grill, barbecue of het barbecue-evenement zelf. Meervoud: die Grills. Veelgebruikt in de keuken en bij zomerse bijeenkomsten. Verwant met het werkwoord grillen. Geen speciale prepositie.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Wir stellen den Grill in den Garten und machen heute Abend Würstchen.
We zetten de barbecue in de tuin en maken vanavond worstjes.
Ich habe einen Grill.
Ik heb een barbecue.
Der Nachbar kaufte einen Grill, den er am Samstag aufstellte, damit die Familie grillen konnte.
De buurman kocht een barbecue die hij zaterdag neerzette, zodat het gezin kon barbecueën.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een sissende BBQ voor met het woord « Grill » op een banner.
Klinkt als Engels « grill » (dezelfde spelling en betekenis).
veel door mensen gemaakte voorwerpen op -l zijn mannelijk in het Duits (der Grill) — denk aan « der Grill » zoals « der Stuhl ».
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Veelgebruikt huishoudelijk / buitentoestel; het meervoud « Grills » is gebruikelijk in de spreektaal.