verb
wennen, gewennen
B1
gewöhnen is een regelmatig werkwoord en betekent ‘gewennen’ of wederkerig ‘zich wennen aan’. Meestal: sich an etwas gewöhnen = wennen aan iets. Het werkwoord staat met an + accusatief. In het perfect gebruikt het haben: gewöhnt.
Voorbeelden
Ich gewöhne mich an das neue Leben.
Ik raak gewend aan het nieuwe leven.
Ich habe mich daran gewöhnt.
Ik ben eraan gewend geraakt.
Man muss Kinder früh an gesunde Ernährung gewöhnen.
Je moet kinderen al vroeg laten wennen aan gezond eten.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je iemand voor die geleidelijk een nieuwe schoen past totdat hij eraan gewend raakt.
klinkt als 'guh-VURN-en' — denk aan 'get used' dat in een nieuwe gewoonte verandert.
Opmerkingen
Wordt vaak wederkerend gebruikt (sich an etwas gewöhnen). Kan ook transitief gebruikt worden (jemanden an etwas gewöhnen).