noun
kruiden, specerij, kruiderij
B1
Gewürz betekent ‘kruid’ of ‘specerij’. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Gewürz, meervoud Gewürze. Genitief enkelvoud vaak des Gewürzes. Je gebruikt het vooral in culinaire contexten voor ingrediënten die smaak geven aan eten.
Voorbeelden
Dieses Gewürz verleiht dem Gericht eine besondere Note.
Deze specerij geeft het gerecht een bijzondere toets.
Dieses Gewürz macht die Suppe schärfer.
Deze specerij maakt de soep pittiger.
Der Koch fügte ein neues Gewürz hinzu, weil das Gericht mehr Geschmack benötigte.
De kok voegde een nieuwe specerij toe, omdat het gerecht meer smaak nodig had.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een klein potje voor met kleurrijk gemalen kruiden met het etiket ‘Gewürz’.
Klinkt een beetje als ‘guh-verts’ — denk aan potjes met ‘kruiden/specerijen’.
Onthoud ‘das’ (onzijdig). Denk aan ‘das Gewürz’ zoals ‘das Gericht’ (het gerecht).
Opmerkingen
Het meervoud is Gewürze. De genitief enkelvoud is meestal: des Gewürzes.