noun
gewoonte, gebruik
B1
Gewohnheit is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent ‘gewoonte’ of ‘gebruik’. Meervoud: Gewohnheiten. Veelgebruikte uitdrukkingen zijn eine Gewohnheit haben en aus Gewohnheit. Je gebruikt het voor persoonlijke routines en sociale gewoonten. Regelmatige verbuiging.
Voorbeelden
In manchen Kulturen ist das Händeschütteln eine Gewohnheit.
In sommige culturen is handen schudden een gewoonte.
Früh aufzustehen ist für mich eine Gewohnheit.
Vroeg opstaan is voor mij een gewoonte.
Rauchen ist eine schlechte Gewohnheit.
Roken is een slechte gewoonte.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je iemand voor die elke dag precies dezelfde ochtendroutine doet — dat is een Gewohnheit.
Klinkt een beetje als ‘go-VON-hite’ — denk aan ‘habit’ (een routine die je blijft doen).
die — denk aan een vrouw (die Dame) die haar routines behoudt.
Opmerkingen
Het meervoud is Gewohnheiten. Vrouwelijk zelfstandig naamwoord; let op: genitief en datief enkelvoud zijn beide ‘der Gewohnheit’.