Gewohnheit

noun
gewoonte, gebruik
B1

Gewohnheit is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent ‘gewoonte’ of ‘gebruik’. Meervoud: Gewohnheiten. Veelgebruikte uitdrukkingen zijn eine Gewohnheit haben en aus Gewohnheit. Je gebruikt het voor persoonlijke routines en sociale gewoonten. Regelmatige verbuiging.

Voorbeelden

In manchen Kulturen ist das Händeschütteln eine Gewohnheit.
In sommige culturen is handen schudden een gewoonte.
Früh aufzustehen ist für mich eine Gewohnheit.
Vroeg opstaan is voor mij een gewoonte.
Rauchen ist eine schlechte Gewohnheit.
Roken is een slechte gewoonte.

Details

MeervoudGewohnheiten

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativedie Gewohnheitdie Gewohnheiten
genitiveder Gewohnheitder Gewohnheiten
dativeder Gewohnheitden Gewohnheiten
accusativedie Gewohnheitdie Gewohnheiten

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je iemand voor die elke dag precies dezelfde ochtendroutine doet — dat is een Gewohnheit.
👂Klinkt een beetje als ‘go-VON-hite’ — denk aan ‘habit’ (een routine die je blijft doen).
⚧️die — denk aan een vrouw (die Dame) die haar routines behoudt.

Opmerkingen

Het meervoud is Gewohnheiten. Vrouwelijk zelfstandig naamwoord; let op: genitief en datief enkelvoud zijn beide ‘der Gewohnheit’.

Categorie

Woordenschatverkenner

In de buurt in het woordenboek