noun
geldautomaat, pinautomaat, ATM
B1
Geldautomat betekent „geldautomaat” of „pinautomaat”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Geldautomat; meervoud: die Geldautomaten. Let op de zwakke verbuiging: des Geldautomaten, dem Geldautomaten. Je gebruikt het om geld op te nemen.
Voorbeelden
Der Geldautomat akzeptiert nur Karten mit Chip.
De geldautomaat accepteert alleen kaarten met een chip.
Ich gehe zum Geldautomat.
Ik ga naar de geldautomaat.
Ich muss zum Geldautomaten, um Bargeld abzuheben.
Ik moet naar de geldautomaat om contant geld op te nemen.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een machine voor met een groot EURO-teken en het woord ‘Geldautomat’ dat knippert.
Geld (money) + automat (automatic) — automatische geldmachine = ATM
der — stel je een mannelijke bankbewaker naast de Geldautomat voor (der).
Opmerkingen
‘Geldautomat’ is een samenstelling (Geld + Automat). Informeel zegt men in sommige regio’s ook ‘Bankomat’.