noun
geldautomaat, ATM
B1
Mannelijk zelfstandig naamwoord: der Bankomat betekent „geldautomaat”. Meervoud: die Bankomaten. Zwak naamwoord: den Bankomaten, des Bankomaten. Veel gebruikt in Oostenrijk, vaak als synoniem van Bancomat; je ziet het op borden en in banktaal.
Voorbeelden
Der nächste Bankomat ist gleich um die Ecke.
De volgende geldautomaat is net om de hoek.
Die Wartung des Bankomats wurde verschoben, weil Ersatzteile aus dem Ausland verspätet ankamen.
Het onderhoud van de geldautomaat werd uitgesteld omdat reserveonderdelen uit het buitenland te laat aankwamen.
Am Bankomat kann man mit Karte Bargeld abheben.
Bij de geldautomaat kun je met een kaart contant geld opnemen.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je de geldsleuf en het toetsenbord van een Bankomat voor, terwijl iemand geld opneemt.
Bank + omat (zoals ‘automaat’) — denk aan ‘bank-automaat’.
Der Bankomat — mannelijk zoals andere ‘-omat’-machines (der Automat).
Opmerkingen
Gebruikelijke term in Oostenrijk en delen van Duitsland; vergelijkbaar met Bancomat. Gebruikt voor de machine die contant geld uitgeeft.