Gegner

noun
tegenstander, vijand, concurrent
B1

Gegner betekent „tegenstander”, „tegenpartij” of, afhankelijk van de context, „vijand”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Gegner. Meervoud: die Gegner; datief meervoud: den Gegnern. Veel gebruikt in sport, politiek en conflicten.

Voorbeelden

Der Trainer erklärte, dass das Team den Gegner unterschätzte, obwohl der Gegner körperlich stärker war.
De trainer legde uit dat het team de tegenstander had onderschat, hoewel de tegenstander fysiek sterker was.
Die beiden Mannschaften waren starke Gegner.
De twee teams waren sterke tegenstanders.
Bei der Debatte hatte er kaum Gegner.
Tijdens het debat had hij nauwelijks tegenstanders.

Details

MeervoudGegner

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativeder Gegnerdie Gegner
genitivedes Gegnersder Gegner
dativedem Gegnerden Gegnern
accusativeden Gegnerdie Gegner

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je twee mensen voor die tegenover elkaar staan met het label «Gegner» boven de persoon aan de andere kant.
👂Klinkt een beetje als «gainer» — stel je een tegenstander voor die een voordeel probeert te behalen.
⚧️der — stel je een mannelijke uitdager voor (der) om het mannelijke geslacht te onthouden.

Opmerkingen

Kan worden gebruikt voor sporttegenstanders, politieke tegenstanders of vijanden in het algemeen. Het meervoud is qua vorm hetzelfde als het enkelvoud (die Gegner).

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek