Gebirge

noun
gebergte, bergketen, gebergtegebied
B1

Gebirge betekent ‘gebergte’ of ‘bergketen’. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Gebirge. Het meervoud is gelijk aan het enkelvoud: die Gebirge. Verbuiging: des Gebirges in het genitief enkelvoud, den Gebirgen in het datief meervoud.

Voorbeelden

Das Gebirge im Norden ist ideal für Wanderungen im Sommer.
Het gebergte in het noorden is ideaal voor wandeltochten in de zomer.
Die Expedition überquerte das Gebirge, nachdem das Wetter besser geworden war, sodass die Gruppe das Lager erreichte.
De expeditie trok over het gebergte nadat het weer was verbeterd, zodat de groep het kamp bereikte.
Im Gebirge kann das Wetter schnell umschlagen.
In de bergen kan het weer snel omslaan.

Details

MeervoudGebirge

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativedas Gebirgedie Gebirge
genitivedes Gebirgesder Gebirge
dativedem Gebirgeden Gebirgen
accusativedas Gebirgedie Gebirge

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een lange rij grillige bergkammen voor — één doorlopend ‘Gebirge’ in plaats van losse toppen.
👂Denk aan ‘gift’ (GEB-) en ‘ridge’ (RIGE) => bergkam.
⚧️das (onzijdig): stel je een klein neutraal grijs bordje voor met ‘das Gebirge’ ervoor.

Opmerkingen

Gebirge verwijst naar een bergketen of bergachtig gebied (vaak in meervoudige betekenis). Het is een onzijdig woord. Het kan naar één aaneengesloten bergketen verwijzen in plaats van naar een afzonderlijke top.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek