noun
restaurant
B1
Gaststätte — vrouwelijk zelfstandig naamwoord: een restaurant, café, kroeg of herberg waar eten en drinken wordt geserveerd. Meervoud: Gaststätten. Verbuiging: die Gaststätte, die Gaststätten, der Gaststätten. Het woord klinkt vaak traditioneel of eenvoudig, en komt veel voor in het dagelijks leven.
Voorbeelden
Der Bürgermeister eröffnete eine neue Gaststätte, obwohl die Genehmigung spät eingetroffen war.
De burgemeester opende een nieuw restaurant, hoewel de vergunning laat was aangekomen.
Die Gaststätte an der Ecke ist besonders bei Familien beliebt.
Het restaurant op de hoek is vooral populair bij gezinnen.
Ich gehe in eine Gaststätte.
Ik ga naar een restaurant.
Details
Ezelsbruggetjes
Picture a busy dining room with a sign 'Gaststätte' above the door.
Think 'guest-stätte' — a place for guests to eat (restaurant).
Die Gaststätte — feminine (die). Imagine a hostess (she) welcoming guests into the restaurant.
Opmerkingen
Gaststätte is a general term for an eating establishment and can overlap with 'Restaurant' or 'Gasthaus' depending on formality and region. Feminine noun.