noun
intelligentie
B1
Intelligenz betekent vooral ‘intelligentie’: denkvermogen, mentale capaciteit en probleemoplossing; soms ook ‘inlichtingen’. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Intelligenz, meervoud die Intelligenzen, maar vaak ongeteld gebruikt. Veel in combinaties zoals emotionale Intelligenz.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Nachdem die Firma die Intelligenz der Maschinen analysierte, entschieden die Techniker, die Software zu verbessern, damit die Fehler seltener auftraten.
Nadat het bedrijf de intelligentie van de machines had geanalyseerd, besloten de technici de software te verbeteren zodat de fouten minder vaak voorkwamen.
Die Intelligenz des Kindes beeindruckte die Lehrer.
De intelligentie van het kind maakte indruk op de leraren.
Künstliche Intelligenz spielt eine immer größere Rolle in unserem Leben.
Kunstmatige intelligentie speelt een steeds grotere rol in ons leven.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een brein voor met een fel lampje erop met het label ‘Intelligenz’.
intelligence (Engels) — identieke wortel
die Intelligenz — stel je een vrouwelijke wetenschapper voor (die) om het vrouwelijke lidwoord te onthouden
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Wordt in het Duits meestal gebruikt als een niet-telbaar zelfstandig naamwoord (zoals ‘intelligence’); het meervoud ‘Intelligenzen’ bestaat wanneer men over verschillende soorten of vormen van intelligentie spreekt. | Alleen enkelvoud; meervoudsvormen zijn niet van toepassing.