Ehemann

noun
echtgenoot, man
A1

Ehemann betekent „echtgenoot” of „man” in de zin van huwelijkspartner. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Ehemann, meervoud die Ehemänner. Genitief enkelvoud: des Ehemanns. Verbuiging: der/den/dem Ehemann. Neutraal en veelgebruikt woord voor de mannelijke partner.

Voorbeelden

Die Polizei verhörte den Nachbarn, weil er den Ehemann der Zeugin am Abend gesehen hatte.
De politie ondervroeg de buurman omdat hij de echtgenoot van de getuige 's avonds had gezien.
Ihr Ehemann ist Arzt.
Haar man is arts.
Mein Ehemann ist Lehrer.
Mijn man is leraar.

Details

MeervoudEhemänner

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativeder Ehemanndie Ehemänner
genitivedes Ehemannsder Ehemänner
dativedem Ehemannden Ehemännern
accusativeden Ehemanndie Ehemänner

Ezelsbruggetjes

👁️Ehe (huwelijk) + Mann (man) = echtgenoot
⚧️der — ‘Mann’ (man) is mannelijk

Opmerkingen

Meervoud: Ehemänner. Genitief enkelvoud meestal: des Ehemanns.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek