noun
echtgenoot, man
A1
Ehemann betekent „echtgenoot” of „man” in de zin van huwelijkspartner. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Ehemann, meervoud die Ehemänner. Genitief enkelvoud: des Ehemanns. Verbuiging: der/den/dem Ehemann. Neutraal en veelgebruikt woord voor de mannelijke partner.
Voorbeelden
Die Polizei verhörte den Nachbarn, weil er den Ehemann der Zeugin am Abend gesehen hatte.
De politie ondervroeg de buurman omdat hij de echtgenoot van de getuige 's avonds had gezien.
Ihr Ehemann ist Arzt.
Haar man is arts.
Mein Ehemann ist Lehrer.
Mijn man is leraar.
Details
Ezelsbruggetjes
Ehe (huwelijk) + Mann (man) = echtgenoot
der — ‘Mann’ (man) is mannelijk
Opmerkingen
Meervoud: Ehemänner. Genitief enkelvoud meestal: des Ehemanns.