denken

verb
denken, nadenken, overwegen
A2

denken betekent ‘denken’ of ‘overwegen’. Het is een onregelmatig gemengd werkwoord: Präteritum dachte, Partizip II gedacht. In de voltooide tijden gebruikt het haben. Vaak met an + accusatief: an jemanden/etwas denken. Imperatief: denk.

VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES

Über dieses Angebot muss ich noch nachdenken und es sorgfältig bedenken.
Ik moet nog over dit aanbod nadenken en het zorgvuldig overwegen.
Der Lehrer dachte, dass die Vorbereitung ausreichend war, bevor er die Prüfung begann.
De leraar dacht dat de voorbereiding voldoende was voordat hij met het examen begon.
Woran hast du gerade gedacht?
Waar dacht je net aan?

VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL

VOCABULARY.DETAILS.AUXILIARYhaben
VOCABULARY.DETAILS.SEPARABLEVOCABULARY.DETAILS.NO
VOCABULARY.DETAILS.REGULARVOCABULARY.DETAILS.NO
VOCABULARY.DETAILS.VERB_TYPEmixed
VOCABULARY.DETAILS.STEM_CHANGESPräteritum: dachte; Partizip II: gedacht (d -> t alternation)

VOCABULARY.DETAILS.PRINCIPAL_FORMS

Präsens (3. Sg.)er/sie/es denkt
Präteritum (3. Sg.)er/sie/es dachte
Perfekter/sie/es hat gedacht

VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS

👁️Stel je een denkballon voor met «denken» erin terwijl iemand nadenkt.
👂Klinkt als «thenk» — stel je voor dat je dingen in je hoofd ordent om te denken.

VOCABULARY.DETAILS.NOTES

«denken» wordt vaak gebruikt in veel constructies (an etwas denken, nachdenken). Voltooid deelwoord: «gedacht». | Onovergankelijk werkwoord; passieve vormen zijn niet van toepassing. De formele gebiedende wijs (Sie) wordt hier niet weergegeven omdat die het voornaamwoord «Sie» vereist, en voornaamwoorden zijn niet toegestaan in vervoegingswaarden.

VOCABULARY.DETAILS.CATEGORY

VOCABULARY.DETAILS.VOCABULARY_EXPLORER

VOCABULARY.DETAILS.NEARBY_WORDS

ichdenke
dudenkst
er/sie/esdenkt
wirdenken
ihrdenkt
sie/Siedenken
ichdenke
dudenkest
er/sie/esdenke
wirdenken
ihrdenket
sie/Siedenken
ichwürde denken
duwürdest denken
er/sie/eswürde denken
wirwürden denken
ihrwürdet denken
sie/Siewürden denken
dudenk
ihrdenkt
Sienot applicable