noun
bril
A2
Brille betekent ‘bril’. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Brille, meervoud Brillen. In het Duits verwijst het enkelvoud vaak naar een hele bril als geheel: eine Brille tragen. Verbuiging: der Brille, den Brillen. Heel gebruikelijk woord.
Voorbeelden
Ich habe meine Brille im Café liegen lassen.
Ik heb mijn bril in het café laten liggen.
Ich brauche eine neue Brille.
Ik heb een nieuwe bril nodig.
Der Bibliothekar fand die Brille, als der Student sie gestern im Lesesaal ablegte.
De bibliothecaris vond de bril toen de student hem gisteren in de leeszaal neerlegde.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een opgevouwen bril voor op een tafel met een label „Brille”.
Denk aan „brill” als in „brilliant” — helder zicht met „Brille”.
Die Brille — koppel een bril aan „die” als één voorwerp (vrouwelijk).
Opmerkingen
In het Duits is „Brille” enkelvoud en verwijst het naar een paar brillen; het meervoud is „Brillen”.