adverb
alleen, slechts
B1
bloß is een modaal bijwoord en betekent ‘alleen’, ‘slechts’ of ‘gewoon’. Het drukt vaak beperking of nadruk uit, bijvoorbeeld in waarschuwingen: Bloß nicht! Het is onveranderlijk en wordt vooral bijwoordelijk gebruikt.
Voorbeelden
Die Zeugin behauptete, sie wäre bloß zufällig am Ort gewesen, obwohl mehrere Hinweise dagegen sprachen.
De getuige beweerde dat ze daar slechts toevallig was geweest, hoewel meerdere aanwijzingen daartegen spraken.
Ich wollte bloß fragen, ob alles in Ordnung ist.
Ik wilde alleen vragen of alles in orde is.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je voor dat je één vinger opsteekt om «maar één» aan te geven.
Klinkt een beetje als «close» (kort), in de betekenis van «alleen/slechts» — een kleine beperking.
Opmerkingen
Vaak in gesproken Duits; wordt vaak gebruikt om te benadrukken of een verzoek te verzachten (informeel).