verb
bevestigen
A2
bestätigen is een transitief zwak werkwoord en betekent ‘bevestigen’, ‘goedkeuren’ of ‘valideren’. Voltooid deelwoord: bestätigt. In de voltooide tijden met haben. Veel gebruikt in officiële, zakelijke en administratieve contexten, maar ook bij het bevestigen van informatie.
Voorbeelden
Der Termin ist bestätigt worden.
De afspraak is bevestigd.
Der Direktor bestätigte, dass die Verhandlungen im Januar begannen.
De directeur bevestigde dat de onderhandelingen in januari begonnen.
Bitte bestätigen Sie den Empfang der E-Mail.
Bevestig alstublieft de ontvangst van de e-mail.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je voor dat je een vakje aanvinkt om iets te bevestigen — een vinkje met het label „bestätigt”.
Klinkt als „best-aet-igen” — denk aan „best” + „tick” — je vinkt iets aan om te bevestigen.
Opmerkingen
Wordt gebruikt in formele verzoeken en bevestigingsberichten (bijv. afspraken of ontvangst bevestigen). Opmerking: de vervoegingswaarden bevatten geen persoonlijke voornaamwoorden. De formele gebiedende wijs (Sie) vereist in het Duits noodzakelijkerwijs het voornaamwoord „Sie”, maar voornaamwoorden zijn niet toegestaan in deze vervoegingswaarden, dus de „Sie”-gebiedende wijs is gemarkeerd als niet van toepassing. Ook is de Konjunktiv I in de Präteritum (niet-standaard) gemarkeerd als niet van toepassing waar aanwezig.