Bank

noun
bank, financiële instelling
A1

Bank is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en kan ‘bank’ als financiële instelling of ‘bankje/bench’ betekenen. Meervoud: Banken voor de instelling, Bänke voor een zitbank. De betekenis hangt af van de context. Regelmatige verbuiging.

Voorbeelden

Kannst du kurz auf der Bank sitzen bleiben?
Kun je even op de bank blijven zitten?
Ich muss morgen zur Bank, um Geld abzuheben.
Ik moet morgen naar de bank om geld op te nemen.
Zur Bank ging die Frau, damit sie den Kredit abwickeln konnte.
De vrouw ging naar de bank zodat ze de lening kon regelen.

Details

MeervoudBanken

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativedie Bankdie Banken
genitiveder Bankder Banken
dativeder Bankden Banken
accusativedie Bankdie Banken

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je het grote gebouw voor met «Bank» erop en mensen in de rij bij de balie.
👂Dezelfde vorm als Engels «bank» — geldplek.
⚧️Vrouwelijk: stel je een vrouwelijke bankier achter het bureau voor (die Bank).

Opmerkingen

Deze betekenis (hidx 2) verwijst naar financiële instellingen; het meervoud is meestal «Banken».

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek