noun
bank, financiële instelling
A1
Bank is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en kan ‘bank’ als financiële instelling of ‘bankje/bench’ betekenen. Meervoud: Banken voor de instelling, Bänke voor een zitbank. De betekenis hangt af van de context. Regelmatige verbuiging.
Voorbeelden
Kannst du kurz auf der Bank sitzen bleiben?
Kun je even op de bank blijven zitten?
Ich muss morgen zur Bank, um Geld abzuheben.
Ik moet morgen naar de bank om geld op te nemen.
Zur Bank ging die Frau, damit sie den Kredit abwickeln konnte.
De vrouw ging naar de bank zodat ze de lening kon regelen.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je het grote gebouw voor met «Bank» erop en mensen in de rij bij de balie.
Dezelfde vorm als Engels «bank» — geldplek.
Vrouwelijk: stel je een vrouwelijke bankier achter het bureau voor (die Bank).
Opmerkingen
Deze betekenis (hidx 2) verwijst naar financiële instellingen; het meervoud is meestal «Banken».