noun
lening, krediet
A2
Kredit is een mannelijk zelfstandig naamwoord en betekent „krediet” of „lening”. Meervoud: Kredite. Genitief enkelvoud: des Kredits. Veelgebruikte uitdrukking: einen Kredit aufnehmen. Ook in de boekhouding komt het voor als „credit”.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Er hat einen Kredit für das Auto aufgenommen.
Hij heeft een lening voor de auto afgesloten.
Ich brauche einen Kredit für ein neues Auto.
Ik heb een lening nodig voor een nieuwe auto.
Die Bank genehmigte mir einen kleinen Kredit.
De bank keurde mij een kleine lening goed.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een creditcard voor met «KREDIT» erop gestempeld
Klinkt als het Engelse «credit»
Der Kredit — denk aan «der» als één mannelijke banklening
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Kredit betekent meestal een banklening; «Kreditkarte» verwijst naar een creditcard. Genitief vaak: «des Kredits».