verb
kijken, toekijken, observeren
B1
zuschauen is een scheidbaar werkwoord en betekent ‘toekijken’, ‘observeren’ of ‘kijken zonder mee te doen’. Het is een zwak werkwoord; perfect: zugeschaut met haben. Vaak met datief: jemandem zuschauen. Veel gebruikt bij evenementen, wedstrijden en kinderen.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Die Besucher schauten dem Handwerker zu, als er das alte Fenster sorgfältig reparierte.
De bezoekers keken toe hoe de vakman het oude raam zorgvuldig repareerde.
Manchmal kann ich nur zusehen, wie sie diskutieren.
Soms kan ik alleen toekijken hoe ze discussiëren.
Ich schaue dir beim Kochen zu.
Ik kijk naar je terwijl je kookt.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je voor dat je naast iemand zit die tv kijkt, letterlijk ‘naast’ de actie en er nauwlettend naar kijkt.
Klinkt een beetje als ‘to show on’ — stel je ‘show’ voor met een ‘zu’ ervoor.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Scheidbaar werkwoord: in hoofdzin splitst het voorvoegsel «zu» zich af (ich schaue zu). Voltooid deelwoord: «zugeschaut». Gebruikt «haben» als hulpwerkwoord. Passieve vormen zijn niet van toepassing, omdat het werkwoord een datief ervaringssubject/object heeft en normaal niet in de passief wordt gebruikt.