verb
teruggeven, terugbrengen
A2
zurückgeben is een scheidbaar, transitief werkwoord en betekent ‘teruggeven’ of ‘terugbrengen’. Het is onregelmatig: geben → gab; voltooid deelwoord: zurückgegeben. In de voltooide tijden gebruikt het haben. Meestal staat het met een lijdend voorwerp; de persoon kan in de datief staan.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Ich gebe das Buch zurück.
Ik geef het boek terug.
Ich habe das Buch zurückgegeben.
Ik heb het boek teruggebracht.
Sie gab das Geld zurück.
Ze gaf het geld terug.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je voor dat je iets terug over de toonbank geeft.
zurueckgeben ~ ‘zoo-reck give ben’ (stel je voor dat je het aan Ben teruggeeft)
niet van toepassing