adverb
terug, achteruit
A1
zurück betekent ‘terug’, ‘achteruit’ of ‘weer terug’. Het is een plaats- en richtingsadverb, vaak bij werkwoorden van beweging. Ook als scheidbaar voorvoegsel: zurückkommen → er kommt zurück. Onveranderlijk.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Die Frau kam zurück, nachdem ihr Anruf beendet war.
De vrouw kwam terug nadat haar telefoontje was afgelopen.
Ich komme gleich zurück.
Ik kom zo terug.
Die Kinder liefen rückwärts, also zurück.
De kinderen liepen achteruit, dus terug.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
een pijl die terugbuigt naar het beginpunt
zurück ~ «zoo-rick» → stel je voor dat Rick teruggaat naar de dierentuin
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Veelgebruikt bijwoord voor beweging naar een eerdere plaats of positie.