Zugang

noun
ingang, toegang
B1

Zugang betekent toegang, ingang of de mogelijkheid om ergens binnen te komen of iets te gebruiken. Mannelijk zelfstandig naamwoord: der Zugang, meervoud Zugänge. Vaak met zu: Zugang zu etwas. Kan letterlijk of figuurlijk worden gebruikt.

VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES

Ich habe Zugang.
Ik heb toegang.
Sie hat keinen Zugang zu den vertraulichen Daten.
Zij heeft geen toegang tot de vertrouwelijke gegevens.
Die Mitarbeiter erhielten Zugang zu den Dateien, weil die Leitung die Freigabe erteilte.
De medewerkers kregen toegang tot de bestanden omdat het management toestemming gaf.

VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL

VOCABULARY.DETAILS.PLURALZugänge

VOCABULARY.DETAILS.DECLENSION

VOCABULARY.DETAILS.CASEVOCABULARY.DETAILS.SINGULARVOCABULARY.DETAILS.PLURAL
nominativeder Zugangdie Zugänge
genitivedes Zugangsder Zugänge
dativedem Zugangden Zugängen
accusativeden Zugangdie Zugänge

VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS

👁️Stel je een deur voor met het label «Zugang» (ingang) en een pijl naar binnen.
👂Klinkt een beetje als «zoo-gang» — stel je een bende voor die via een ingang naar binnen gaat.
⚧️der — stel je een mannelijke bewaker (der) bij de ingang (Zugang) voor.

VOCABULARY.DETAILS.NOTES

Zugang kan zowel een fysieke ingang als abstracte toegang betekenen (bijv. toegangsrechten). Meervoud is «Zugänge».

VOCABULARY.DETAILS.CATEGORY

VOCABULARY.DETAILS.VOCABULARY_EXPLORER

VOCABULARY.DETAILS.NEARBY_WORDS