Wiederhören

noun
opnieuw horen, tot horens (aan de telefoon)
A1

Wiederhören is een zelfstandig naamwoord afgeleid van het werkwoord wiederhören. In formele zin kan het ‘opnieuw horen’ betekenen, maar het wordt vooral gebruikt in de telefoonafscheidsgroet Auf Wiederhören, vergelijkbaar met ‘tot horens’. Onzijdig: das Wiederhören; meervoud gelijk; genitief: des Wiederhörens.

VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES

Auf Wiederhören!
Tot horens!
Das Wiederhören des Zeugen ist für nächste Woche geplant.
De herhoorzitting van de getuige staat gepland voor volgende week.
Auf Wiederhören!
Tot horens!

VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL

VOCABULARY.DETAILS.PLURALWiederhören

VOCABULARY.DETAILS.DECLENSION

VOCABULARY.DETAILS.CASEVOCABULARY.DETAILS.SINGULARVOCABULARY.DETAILS.PLURAL
nominativedas Wiederhörendie Wiederhören
genitivedes Wiederhörensder Wiederhören
dativedem Wiederhörenden Wiederhören
accusativedas Wiederhörendie Wiederhören

VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS

👁️Stel je een telefoonhoorn voor met de woorden ‘Auf Wiederhören’ om de telefoon-afscheidssense te onthouden.
👂Wiederhören — ‘wieder’ (opnieuw) + ‘hören’ (horen) — opnieuw horen
⚧️das Wiederhören — denk aan het onzijdige ‘das’ als een formele uitdrukking aan de telefoon

VOCABULARY.DETAILS.NOTES

Wordt zowel gebruikt als zelfstandig naamwoord in de betekenis ‘opnieuw horen’ als in de vaste uitdrukking ‘Auf Wiederhören’ (afscheid aan de telefoon).

VOCABULARY.DETAILS.CATEGORY

VOCABULARY.DETAILS.VOCABULARY_EXPLORER

VOCABULARY.DETAILS.NEARBY_WORDS