adjective
waardeloos, nutteloos
B1
wertlos betekent ‘waardeloos’, ‘zonder waarde’ of ‘nutteloos’. Het is een gradabel bijvoeglijk naamwoord: wertloser, am wertlosesten. Je gebruikt het attributief of predicatief. Tegenovergestelde: wertvoll. Vaak in kritiek of bij dingen zonder waarde.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Ohne die notwendigen Papiere war das Zertifikat praktisch wertlos.
Zonder de nodige papieren was het certificaat praktisch waardeloos.
Die alten Karten wurden als wertlos betrachtet, weil sie stark beschädigt waren.
De oude kaarten werden als waardeloos beschouwd, omdat ze zwaar beschadigd waren.
Das alte Spielzeug ist jetzt völlig wertlos.
Het oude speelgoed is nu volkomen waardeloos.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een lege spaarpot voor met «wertlos» erop gestempeld.
wertlos ≈ Engels «worth-less», letterlijk «zonder waarde».
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Wertlos beschrijft het ontbreken van geldelijke of praktische waarde. Het is het antoniem van «wertvoll».