adjective
waard, waardevol, kostbaar
B1
wert is een bijvoeglijk naamwoord in de betekenis ‘waard’ of ‘waardevol’, maar het wordt vooral predicatief gebruikt: Das ist mir viel wert. Het is niet trapbaar, dus geen vergrotende of overtreffende trap. Attributief gebruikt men vaak liever wertvoll.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Das Paket war fünfzig Euro wert, obwohl der Umschlag beschädigt war.
Het pakket was vijftig euro waard, hoewel de envelop beschadigd was.
Das Buch ist jede Mühe wert.
Het boek is de moeite waard.
Dieser Rat ist mir sehr viel wert.
Dit advies is mij heel veel waard.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een prijskaartje op iets voor met het woord «wert» erop om de waarde aan te geven.
Klinkt als het Engelse «worth».
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Als bijvoeglijk naamwoord komt «wert» vaak voor in constructies zoals «etwas ist X wert» (iets is X waard) en kan het met «voll» worden gecombineerd tot «wertvoll» (waardevol). Een morfologische vergrotende trap (bijv. «werter», «am wertesten») is ongebruikelijk in modern gebruik; gebruik liever omschrijvingen zoals «mehr wert», «von größerem Wert» of het bijvoeglijk naamwoord «wertvoll».