noun
waarde, prijs, belang
B1
Wert (m.) betekent ‘waarde’, ‘prijs’ of ‘belang’. Meervoud: Werte. Genitief enkelvoud vaak des Wertes. Het woord wordt gebruikt voor materiële, morele en abstracte waarde: von Wert sein, an Wert gewinnen/verlieren. Gewone verbuiging.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Der materielle Wert dieses Gemäldes ist hoch.
De materiële waarde van dit schilderij is hoog.
Der Preis entspricht nicht dem Wert des Produkts.
De prijs komt niet overeen met de waarde van het product.
Der Experte schätzte den Wert des Gemäldes, obwohl das genaue Alter unklar war.
De expert schatte de waarde van het schilderij, hoewel de exacte ouderdom onduidelijk was.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een prijskaartje of een munt voor met een «der»-lint — der Wert.
Dezelfde wortel als Engels «worth» — Wert = worth/value.
Koppel «der» (mannelijk) aan een man die een waardecertificaat vasthoudt: der Wert.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Wert wordt gebruikt voor geldwaarde, abstracte waarde of belangrijkheid. De genitief kan «des Wertes» zijn of in de omgangstaal «des Werts».