verpflegen

verb
van eten voorzien, verzorgen, cateren
B1

verpflegen betekent ‘van eten voorzien’ of ‘verzorgen met maaltijden’. Het wordt vooral gebruikt voor personen of groepen, bijvoorbeeld in een hotel, ziekenhuis of kantine. Het is een regelmatig, overgankelijk werkwoord met haben in de voltooide tijd: hat verpflegt.

VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES

Der Arzt verpflegte den Patienten.
De arts verzorgde de patiënt.
Ich verpflege den Patienten und versorge die Wunde.
Ik verzorg de patiënt en behandel de wond.
Während der Wanderung wurden wir gut verpflegt.
Tijdens de wandeling werden we goed verzorgd met eten.

VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL

VOCABULARY.DETAILS.AUXILIARYhaben
VOCABULARY.DETAILS.SEPARABLEVOCABULARY.DETAILS.NO
VOCABULARY.DETAILS.REGULARVOCABULARY.DETAILS.YES
VOCABULARY.DETAILS.VERB_TYPEweak
VOCABULARY.DETAILS.STEM_CHANGESnone (regular weak verb)

VOCABULARY.DETAILS.PRINCIPAL_FORMS

Präsens (3. Sg.)er/sie/es verpflegt
Präteritum (3. Sg.)er/sie/es verpflegte
Perfekter/sie/es hat verpflegt

VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS

👁️Stel je een cateraar voor die borden op een buffet neerzet.
👂Klinkt als 'ver-plague-en' — stel je koks uit de pesttijd voor die eten verzorgen.

VOCABULARY.DETAILS.NOTES

Verpflegen wordt meestal transitief gebruikt (jemanden verpflegen) en in passieve constructies (verpflegt werden). Het is een regelmatig zwak werkwoord.

VOCABULARY.DETAILS.CATEGORY

VOCABULARY.DETAILS.VOCABULARY_EXPLORER

VOCABULARY.DETAILS.NEARBY_WORDS

ichverpflege
duverpflegst
er/sie/esverpflegt
wirverpflegen
ihrverpflegt
sie/Sieverpflegen
ichwerde verpflegt
duwirst verpflegt
er/sie/eswird verpflegt
wirwerden verpflegt
ihrwerdet verpflegt
sie/Siewerden verpflegt
ichverpflege
duverpflegest
er/sie/esverpflege
wirverpflegen
ihrverpfleget
sie/Sieverpflegen
ichwerde verpflegt
duwerdest verpflegt
er/sie/eswerde verpflegt
wirwerden verpflegt
ihrwerdet verpflegt
sie/Siewerden verpflegt
ichwürde verpflegen
duwürdest verpflegen
er/sie/eswürde verpflegen
wirwürden verpflegen
ihrwürdet verpflegen
sie/Siewürden verpflegen
ichwürde verpflegt
duwürdest verpflegt
er/sie/eswürde verpflegt
wirwürden verpflegt
ihrwürdet verpflegt
sie/Siewürden verpflegt
duverpflege!
ihrverpflegt!
Sieverpflegen!