verb
verhuren, te huur geven
A1
vermieten betekent ‘verhuren’ of ‘aan iemand in huur geven’. Het is een regelmatig, zwak, overgankelijk werkwoord, niet wederkerig en niet scheidbaar. In de voltooide tijd gebruikt het haben: hat vermietet. Passief: vermietet werden. Vaak bij huizen, kamers en auto’s.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Wir vermieten unser Haus während des Sommers.
We verhuren ons huis tijdens de zomer.
Er vermietete sein Zimmer.
Hij verhuurde zijn kamer.
Sie vermieten die Wohnung an eine junge Familie.
Ze verhuren het appartement aan een jong gezin.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Picture a landlord showing an apartment with a 'vermieten' sign.
Sounds like 'ver-meet-en' — imagine meeting someone to rent out a place.