verlieren

verb
verliezen, kwijtraken
A2

verlieren betekent ‘verliezen’, ‘kwijtraken’ of ‘verliezen bij een wedstrijd’. Het is een sterk, onregelmatig werkwoord: verlier- in de tegenwoordige tijd, maar verlor- / verloren in verleden tijd en voltooid deelwoord. Perfect met haben; niet scheidbaar.

VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES

Ich verliere mein Portemonnaie nicht.
Ik ga mijn portemonnee niet verliezen.
Ich habe mein Handy verloren.
Ik ben mijn telefoon kwijtgeraakt.
Obwohl die Mannschaft hart spielte, verlor sie das Spiel, weil der Gegner cleverer agierte.
Hoewel het team hard speelde, verloor het de wedstrijd omdat de tegenstander slimmer handelde.

VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL

VOCABULARY.DETAILS.AUXILIARYhaben
VOCABULARY.DETAILS.SEPARABLEVOCABULARY.DETAILS.NO
VOCABULARY.DETAILS.REGULARVOCABULARY.DETAILS.NO
VOCABULARY.DETAILS.VERB_TYPEstrong
VOCABULARY.DETAILS.STEM_CHANGESPresent stem 'verlier-' (with 'ie'); preterite and past participle use 'verlor-'/'verloren' (o).

VOCABULARY.DETAILS.PRINCIPAL_FORMS

Präsens (3. Sg.)er/sie/es verliert
Präteritum (3. Sg.)er/sie/es verlor
Perfekter/sie/es hat verloren

VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS

👁️Stel je een persoon voor die een ticket in een doos met het label «LOST» laat vallen, met daarboven een groot bord «VERLIEREN».
👂Denk aan «ver-LOSE-en» — het werkwoord eindigt met een klank die lijkt op «lose».

VOCABULARY.DETAILS.NOTES

Gebruikt voor het verliezen van voorwerpen, wedstrijden of abstracte dingen (bijv. «Mut verlieren»). Het voltooid deelwoord is «verloren» en het perfectum gebruikt «haben» (hat verloren). Veelvoorkomende verwarring: «verlieren» (verliezen) vs. «verpassen» (missen). In spreektaal hoor je soms de korte gebiedende wijs «Verlier nicht!» in plaats van het vollere «Verliere nicht!».

VOCABULARY.DETAILS.CATEGORY

VOCABULARY.DETAILS.VOCABULARY_EXPLORER

VOCABULARY.DETAILS.NEARBY_WORDS

ichverliere
duverlierst
er/sie/esverliert
wirverlieren
ihrverliert
sie/Sieverlieren
ichwerde verloren
duwirst verloren
er/sie/eswird verloren
wirwerden verloren
ihrwerdet verloren
sie/Siewerden verloren
ichverliere
duverlierest
er/sie/esverliere
wirverlieren
ihrverlieret
sie/Sieverlieren
ichwerde verloren
duwerdest verloren
er/sie/eswerde verloren
wirwerden verloren
ihrwerdet verloren
sie/Siewerden verloren
ichverlöre
duverlörest
er/sie/esverlöre
wirverlören
ihrverlöret
sie/Sieverlören
ichwürde verloren
duwürdest verloren
er/sie/eswürde verloren
wirwürden verloren
ihrwürdet verloren
sie/Siewürden verloren
duverlier
ihrverliert
Sieverlieren