noun
oorzaak
B1
Ursache (v.) betekent ‘oorzaak’ of ‘reden’. Het meervoud is Ursachen. Vaak zie je de constructie die Ursache für + accusatief, soms ook von. Het is een regelmatig vrouwelijk zelfstandig naamwoord met normale verbuiging. Veel gebruikt bij problemen, ongevallen en verklaringen.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Die Ursache des Problems ist noch unklar.
De oorzaak van het probleem is nog onduidelijk.
Was ist die Ursache?
Wat is de oorzaak?
Die Experten untersuchten die Ursache, weil das Problem immer wieder auftrat.
De experts onderzochten de oorzaak, omdat het probleem steeds opnieuw optrad.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een boomwortel voor met het label „Ursache”, die de oorzaak laat zien die onder het oppervlak verborgen zit.
Ursache eindigt op „-sache”, zoals „zaak” — denk aan „de grondoorzaak van een zaak”.
die — stel je een vrouwelijke wetenschapper (die Wissenschaftlerin) voor die naar de oorzaak wijst om het vrouwelijke lidwoord te onthouden.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Vaak gebruikt in wetenschappelijke, medische en alledaagse contexten. „Ursache” komt vaak voor met „für” of in genitiefconstructies (die Ursache des Problems).