noun
toren
B1
Turm is een mannelijk zelfstandig naamwoord en betekent ‘toren’, dus een hoge constructie. Meervoud: Türme. Genitief enkelvoud kan zijn: des Turmes. Gewone verbuiging: dem Turm, die Türme, den Türmen. Veel gebruikt in architectuur en plaatsnamen.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Die Stadt restaurierte den alten Turm, nachdem ein Sturm Teile der Fassade beschädigt hatte.
De stad restaureerde de oude toren nadat een storm delen van de gevel had beschadigd.
Der Eiffelturm ist das Wahrzeichen von Paris.
De Eiffeltoren is het symbool van Parijs.
Der alte Turm steht auf dem Hügel.
De oude toren staat op de heuvel.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een hoge toren (Turm) voor die een lange schaduw over een dorp werpt — dat beeld koppelt het woord.
der = mannelijk lidwoord; stel je een man voor aan de voet van de toren om „der Turm” te onthouden.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Turm is een veelvoorkomend mannelijk zelfstandig naamwoord; het meervoud heeft een umlaut (Türme). Vaak gebruikt in plaatsnamen en architectonische contexten.