Träne

noun
traan
B1

Träne (v.) betekent ‘traan’: een druppel uit het oog, vaak door emoties. Meervoud: Tränen. Genitief enkelvoud: der Träne. Vrouwelijke, regelmatige verbuiging. Veel gebruikt in uitdrukkingen als Tränen vergießen.

VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES

Der Vater wischte die Träne von der Wange des Kindes, nachdem es beim Spielen gefallen war.
De vader veegde de traan van de wang van het kind nadat het tijdens het spelen was gevallen.
Sie wischte sich eine Träne aus dem Gesicht.
Ze veegde een traan van haar gezicht.
Eine Träne lief über ihre Wange.
Een traan liep over haar wang.

VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL

VOCABULARY.DETAILS.PLURALTränen

VOCABULARY.DETAILS.DECLENSION

VOCABULARY.DETAILS.CASEVOCABULARY.DETAILS.SINGULARVOCABULARY.DETAILS.PLURAL
nominativedie Tränedie Tränen
genitiveder Träneder Tränen
dativeder Träneden Tränen
accusativedie Tränedie Tränen

VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS

👁️Stel je een enkele druppel voor die over een wang loopt — een heldere, glinsterende traan.
⚧️die — stel je een vrouw (die Frau) voor die een traan wegveegt om het vrouwelijke geslacht te onthouden.

VOCABULARY.DETAILS.NOTES

Het meervoud is onregelmatig met -en: die Tränen. Vaak gebruikt in emotionele en beschrijvende contexten.

VOCABULARY.DETAILS.CATEGORY

VOCABULARY.DETAILS.VOCABULARY_EXPLORER

VOCABULARY.DETAILS.NEARBY_WORDS