noun
traan
B1
Träne (v.) betekent ‘traan’: een druppel uit het oog, vaak door emoties. Meervoud: Tränen. Genitief enkelvoud: der Träne. Vrouwelijke, regelmatige verbuiging. Veel gebruikt in uitdrukkingen als Tränen vergießen.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Der Vater wischte die Träne von der Wange des Kindes, nachdem es beim Spielen gefallen war.
De vader veegde de traan van de wang van het kind nadat het tijdens het spelen was gevallen.
Sie wischte sich eine Träne aus dem Gesicht.
Ze veegde een traan van haar gezicht.
Eine Träne lief über ihre Wange.
Een traan liep over haar wang.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een enkele druppel voor die over een wang loopt — een heldere, glinsterende traan.
die — stel je een vrouw (die Frau) voor die een traan wegveegt om het vrouwelijke geslacht te onthouden.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Het meervoud is onregelmatig met -en: die Tränen. Vaak gebruikt in emotionele en beschrijvende contexten.