verb
transporteren, vervoeren, dragen
B1
transportieren betekent ‘transporteren’, ‘vervoeren’ of ‘dragen’. Het is een regelmatig, transitief werkwoord, niet-scheidbaar en niet-reflexief; voltooid deelwoord transportiert, hulpwerkwoord haben. Het wordt gebruikt voor goederen, personen en voorwerpen, per voertuig of met de hand.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Die Firma transportierte die Waren.
Het bedrijf vervoerde de goederen.
Der Fahrer transportierte die empfindlichen Geräte vorsichtig, damit sie im Lager unbeschädigt ankamen.
De chauffeur vervoerde de gevoelige apparaten voorzichtig, zodat ze onbeschadigd in het magazijn aankwamen.
Die Güter wurden transportiert.
De goederen werden vervoerd.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een vrachtwagen voor die dozen laadt en over een lopende band verplaatst.
Begint met ‘transport’ — dezelfde wortel als het Engelse ‘transport’.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Een regelmatig (zwak) werkwoord dat betekent goederen of mensen van de ene plaats naar de andere verplaatsen. Gebruikt «haben» in voltooide tijden.