verb
trainen, oefenen
A2
trainieren betekent „trainen”, „oefenen” of „een vaardigheid oefenen”. Het is een regelmatig zwak werkwoord, meestal niet wederkerig, en vormt het perfect met haben: hat trainiert. Veelgebruikt in sport en bij het aanleren van vaardigheden.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Der Sportler trainierte hart, damit er beim Wettkampf bessere Leistungen zeigte.
De sporter trainde hard zodat hij beter zou presteren tijdens de wedstrijd.
Ich trainiere jeden Morgen im Fitnessstudio.
Ik train elke ochtend in de sportschool.
Ich trainiere jeden Tag im Fitnessstudio.
Ik train elke dag in de sportschool.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een trainer voor die iemand op een loopband duwt
klinkt als het Engelse ‘trainer’
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Regelmatig zwak werkwoord. Wordt vaak gebruikt voor fysieke training en het oefenen van vaardigheden.