noun
traditie, gewoonte
B1
Tradition (v.) betekent ‘traditie’ of ‘gewoonte’: iets wat van generatie op generatie wordt doorgegeven. Meervoud: Traditionen. Regelmatige verbuiging, met meervoud op -en. Veel gebruikt in culturele, familiale en religieuze contexten.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
In vielen Familien hat das Sonntagsessen als Tradition große Bedeutung.
In veel gezinnen is de zondagse maaltijd een belangrijke traditie.
Die Gemeinde pflegte die Tradition, obwohl die jungen Leute andere Interessen zeigten.
De gemeente hield de traditie in stand, hoewel de jongeren andere interesses toonden.
Das Oktoberfest ist eine alte bayerische Tradition.
Het Oktoberfest is een oude Beierse traditie.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een oude ceremonie voor die van generatie op generatie wordt doorgegeven, met het label ‘Tradition’.
Vergelijkbaar met het Engelse ‘tradition’ — de klank helpt je de betekenis te onthouden.
die — stel je een banner voor met ‘die Tradition’ boven een volksfeest (vrouwelijk lidwoord).
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Tradition is een veelvoorkomend vrouwelijk zelfstandig naamwoord. Het komt vaak voor in culturele en sociale contexten en wordt vaak gecombineerd met werkwoorden als «pflegen» (onderhouden) of «bewahren» (bewaren).