Tourist

noun
toerist
A2

Tourist is een mannelijk zelfstandig naamwoord en betekent „toerist”. Meervoud: Touristen. Het is een zwak zelfstandig naamwoord: in de verbogen vormen van het enkelvoud komt -en voor (des/dem/den Touristen). Veelgebruikt in reiswoordenschat.

VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES

Ich bin ein Tourist.
Ik ben een toerist.
Der Reiseführer erklärte den Touristen die Geschichte, weil sie mehr über das Denkmal wissen wollten.
De reisgids legde de geschiedenis uit aan de toeristen, omdat ze meer over het monument wilden weten.
Der Tourist fragt nach dem Weg.
De toerist vraagt de weg.

VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL

VOCABULARY.DETAILS.PLURALTouristen

VOCABULARY.DETAILS.DECLENSION

VOCABULARY.DETAILS.CASEVOCABULARY.DETAILS.SINGULARVOCABULARY.DETAILS.PLURAL
nominativeder Touristdie Touristen
genitivedes Touristender Touristen
dativedem Touristenden Touristen
accusativeden Touristendie Touristen

VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS

👁️Stel je een toerist voor met een camera en een kaart.
👂hetzelfde als Engels ‘tourist’.
⚧️der = mannelijk: stel je een mannelijke toerist voor.

VOCABULARY.DETAILS.NOTES

Vrouwelijke vorm is ‘Touristin’. Meervoud: ‘Touristen’.

VOCABULARY.DETAILS.CATEGORY

VOCABULARY.DETAILS.VOCABULARY_EXPLORER

VOCABULARY.DETAILS.NEARBY_WORDS