noun
taart, torte
A2
Torte (die) betekent ‘taart’ of ‘torte’: meestal een feestelijke, vaak met room gevulde laagjestaart, anders dan een gewone Kuchen. Vrouwelijk zelfstandig naamwoord, meervoud Torten. Verbuiging regelmatig: die Torte, der Torte, die Torten.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Ich backe eine Torte.
Ik bak een taart.
Die Schokoladentorte war sehr lecker.
De chocoladetaart was erg lekker.
Wir haben eine große Torte zum Geburtstag gekauft.
We hebben een grote taart voor de verjaardag gekocht.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een gelaagde feesttaart (Torte) met kaarsjes voor.
Torte lijkt op ‘torte’ — het beeld helpt.
die — vrouwelijk, zoals veel woorden voor desserts (die Torte, die Sahne).
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Verwijst vaak naar gelaagde of met room gevulde taarten (feesttaarten).