adjective
zelfstandig, zelfstandig ondernemer, onafhankelijk
A1
selbständig betekent ‘zelfstandig’, ‘onafhankelijk’ of ‘zelfstandig werkend’. De spelling zelfständig komt ook vaak voor. Vergelijking: selbständiger, am selbständigsten. Het woord wordt attributief en predicatief gebruikt en volgt de gewone bijvoeglijke verbuiging. Veel gebruikt in werk- en beroepscontext.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Viele kreative Köpfe sind selbständig tätig.
Veel creatieve mensen werken als zelfstandige.
Sie ist sehr selbständig und trifft eigene Entscheidungen.
Ze is heel zelfstandig en neemt haar eigen beslissingen.
Wenn der Handwerker mehr Aufträge gehabt hätte, wäre er früher selbständig geworden.
Als de vakman meer opdrachten had gehad, was hij eerder zelfstandig geworden.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een freelancer voor die op een laptop werkt in een café — zelfstandig en onafhankelijk.
Selbständig is hetzelfde als 'selbstständig' — denk aan 'self-standing'.
—
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Alternatieve spelling met umlaut; betekenis identiek aan 'selbstständig'.