pronoun
zelf, zichzelf
A2
selbst is een versterkend woord met de betekenis ‘zelf’, ‘persoonlijk’ of ‘zelfs’. Het benadrukt de persoon of het eigen handelen: ich selbst, der Präsident selbst. Het staat vaak bij een voornaamwoord of zelfstandig naamwoord en lijkt sterk op selber.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Er machte die Arbeit selbst, obwohl Hilfe angeboten worden war.
Hij deed het werk zelf, hoewel er hulp was aangeboden.
Ich selbst habe das Buch geschrieben.
Ikzelf heb het boek geschreven.
Man muss für sich selbst sorgen.
Men moet voor zichzelf zorgen.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een persoon voor die naar zichzelf wijst met het label ‘selbst’.
selbst — klinkt als het Engelse ‘self’.
n/a