schreien

verb
schreeuwen, gillen
B1

schreien is een sterk, onregelmatig werkwoord en betekent „schreeuwen”, „roepen” of „gillen”. Tegenwoordige tijd: er schreit; verleden tijd: schrie; voltooid deelwoord: geschrien. Het vormt het perfectum met haben. Niet scheidbaar en niet wederkerig.

Voorbeelden

Ich habe laut geschrien.
Ik schreeuwde hard.
Er schrie vor Schmerz.
Hij schreeuwde van de pijn.
Das Baby schreit.
De baby huilt.

Details

Hulpwerkwoordhaben
ScheidbaarNee
RegelmatigNee
Werkwoordtypestrong
StamveranderingenStrong verb: present stem with 'ei' (schrei-), simple past 'schrie' (ie), participle 'geschrien'.

Hoofdsvormen

Präsens (3. Sg.)er/sie/es schreit
Präteritum (3. Sg.)er/sie/es schrie
Perfekter/sie/es hat geschrien

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je iemand voor met wijd open mond en het geluid ‘schrei!’ dat eruit komt.
👂Klinkt als ‘shrie’ (zoals in ‘shriek’) — denk aan een luide kreet.

Opmerkingen

schreien is een sterk onovergankelijk werkwoord (schreeuwen/gillen). Passieve vormen worden zelden gebruikt omdat het werkwoord meestal geen lijdend voorwerp heeft. Gebruik ‘geschrien’ voor voltooide tijden. | Onovergankelijk werkwoord; passieve vormen zijn niet van toepassing.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek

ichschreie
duschreist
er/sie/esschreit
wirschreien
ihrschreit
sie/Sieschreien
ichschreie
duschreiest
er/sie/esschreie
wirschreien
ihrschreiet
sie/Sieschreien
ichschrie
duschriest
er/sie/esschrie
wirschrien
ihrschriet
sie/Sieschrien
duschrei!
ihrschreit!
SieSchreien Sie!