verb
klinken, luiden
B1
klingen is een sterk werkwoord en betekent vooral ‘klinken’, ‘galmen’ of ‘rinkelen’. In zinnen als Das klingt gut kan het ook ‘lijken’ betekenen. Verleden tijd: klang; voltooid deelwoord: geklungen. Hulpwerkwoord: haben. Niet scheidbaar.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Das hat gut geklungen.
Dat klonk goed.
Das Lied klingt schön.
Het lied klinkt mooi.
Obwohl das Instrument schlecht gestimmt war, klang die Melodie schön, als die Band sie spielte.
Hoewel het instrument slecht gestemd was, klonk de melodie mooi toen de band haar speelde.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een bel voor die een helder geluid maakt en je ziet hem trillen als je aan «klingen» denkt.
klinkt als het Engelse «cling», dat met een geluid te maken heeft.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Meestal een onovergankelijk werkwoord. Wordt vaak gebruikt om uit te drukken hoe iets klinkt of lijkt (Das klingt gut). Als onovergankelijk werkwoord zijn persoonlijke passieve vormen in het dagelijks gebruik zeldzaam. | Onovergankelijk werkwoord; persoonlijke passieve vormen zijn doorgaans niet van toepassing, omdat het werkwoord in zijn gebruikelijke betekenissen onovergankelijk is.