Rente

noun
pensioen, uitkering, ouderdomspensioen
B1

Rente (die, mv. Renten) betekent ‘pensioen’ of ‘uitkering na het werkzame leven’. Veelgebruikte uitdrukking: in Rente gehen = met pensioen gaan. Vrouwelijk zelfstandig naamwoord met meervoud Renten en regelmatige verbuiging.

VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES

Als der Bürgermeister in Rente ging, organisierte die Stadtverwaltung eine Feier, weil viele Bürger ihm danken wollten.
Toen de burgemeester met pensioen ging, organiseerde het stadsbestuur een feest omdat veel burgers hem wilden bedanken.
Nach zwanzig Jahren bekam sie endlich ihre volle Rente.
Na twintig jaar kreeg ze eindelijk haar volledige pensioen.
Viele Menschen sparen früh für ihre Rente.
Veel mensen sparen vroeg voor hun pensioen.

VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL

VOCABULARY.DETAILS.PLURALRenten

VOCABULARY.DETAILS.DECLENSION

VOCABULARY.DETAILS.CASEVOCABULARY.DETAILS.SINGULARVOCABULARY.DETAILS.PLURAL
nominativedie Rentedie Renten
genitiveder Renteder Renten
dativeder Renteden Renten
accusativedie Rentedie Renten

VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS

👁️Stel je voor dat ouderen elke maand een envelop ontvangen met het label «Rente».
👂Klinkt als het Engelse «rent» — denk aan maandelijkse betalingen.
⚧️Die Rente — denk aan «die» als in «die Zahlung» (een betaling). Veel betalingen zijn in het Duits «die».

VOCABULARY.DETAILS.NOTES

Vrouwelijk zelfstandig naamwoord. Meervoud meestal «Renten». Wordt gebruikt in sociale-zekerheids- en persoonlijke-financiële contexten.

VOCABULARY.DETAILS.CATEGORY

VOCABULARY.DETAILS.VOCABULARY_EXPLORER

VOCABULARY.DETAILS.NEARBY_WORDS