noun
gepensioneerde vrouw, vrouwelijke gepensioneerde
A2
Vrouwelijk zelfstandig naamwoord: Rentnerin betekent ‘vrouwelijke gepensioneerde’ of ‘vrouw met pensioen’. Meervoud: Rentnerinnen. De verbuiging is regelmatig: die Rentnerin, der Rentnerin, den Rentnerinnen. Een gangbaar woord in zowel alledaagse als formele contexten.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Meine Großmutter ist Rentnerin.
Mijn grootmoeder is gepensioneerd.
Die Rentnerin geht jeden Morgen spazieren.
De gepensioneerde vrouw gaat elke ochtend wandelen.
Der Verein lud eine Rentnerin ein, weil sie viel Zeit für die Betreuung der Kinder hatte.
De vereniging nodigde een gepensioneerde vrouw uit, omdat ze veel tijd had om voor de kinderen te zorgen.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een oudere vrouw voor die van thee geniet — een Rentnerin.
Rent-ner-in — denk aan ‘rent’ en het vrouwelijke achtervoegsel ‘in’ voor een vrouwelijke gepensioneerde.
die → het vrouwelijke achtervoegsel ‘-in’ markeert duidelijk ‘die Rentnerin’.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Vrouwelijke tegenhanger van « Rentner ». Meervoud: « Rentnerinnen ».