noun
peper
B1
Mannelijk zelfstandig naamwoord: Pfeffer betekent ‘peper’. Het wordt meestal als stofnaam gebruikt, zonder meervoud of met dezelfde vorm in het meervoud. Genitief enkelvoud: des Pfeffers. Veelgebruikt in de keuken voor gemalen of hele peper.
Voorbeelden
Die Köchin streute Pfeffer über die Suppe, obwohl der Gast weniger Schärfe wollte.
De kok strooide peper over de soep, hoewel de gast minder pittigheid wilde.
Ich streue Pfeffer auf die Suppe.
Ik strooi peper op de soep.
Eine Prise Pfeffer gibt dem Gericht die richtige Würze.
Een snufje peper geeft het gerecht de juiste smaak.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een peperstrooier voor met het label ‘Pfeffer’.
Klinkt als het Engelse ‘pepper’ (pfeffer).
Veel Duitse woorden op -er zijn mannelijk: der Pfeffer.
Opmerkingen
Vaak gebruikt als een niet-telbaar kruid (in alledaags gebruik geen meervoud). Als het geteld wordt, gebruikt men context of hoeveelheden (bijv. een peperkorrel).