adjective
persoonlijk, persoonlijkerwijs, in persoon
B1
persönlich betekent ‘persoonlijk’ of ‘persoonlijkerwijs’. Het is zowel een bijvoeglijk naamwoord als een bijwoord. Vergelijking: persönlicher, am persönlichsten. Gebruik voor een persoonlijke mening, direct contact of iets privés. Tegenovergesteld: unpersönlich.
Voorbeelden
Das ist eine persönliche Nachricht.
Dat is een persoonlijk bericht.
Ich nehme das persönlich.
Ik vat dat persoonlijk op.
Er reiste persönlich zum Treffen, weil der Vertrag in seinem Büro unterschrieben werden sollte.
Hij reisde persoonlijk naar de bijeenkomst, omdat het contract in zijn kantoor moest worden ondertekend.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een handgeschreven brief voor met de handtekening «persönlich» om te benadrukken dat hij van één persoon komt.
Klinkt als «person» + «lich» — denk aan «persoonlijk» (met een persoon te maken).
Opmerkingen
Kan zowel als «persoonlijk» (bijvoeglijk naamwoord) als in bijwoordelijke zin «persoonlijk» worden gebruikt, afhankelijk van de context. In beleefde formules kan «persönlich» ook «in persoon» betekenen (bijv. «Ich übergebe es Ihnen persönlich»).