noun
ouders
A1
Eltern betekent ‘ouders’ en verwijst samen naar moeder en vader. Het woord komt alleen in het meervoud voor; een enkelvoud bestaat niet. Je zegt die Eltern, met den Eltern in de datief en der Eltern in de genitief. Werkwoorden staan dus in het meervoud.
Voorbeelden
Die Schule informierte die Eltern, weil neue Regeln beschlossen wurden.
De school informeerde de ouders omdat er nieuwe regels waren besloten.
Meine Eltern kommen morgen zu Besuch.
Mijn ouders komen morgen op bezoek.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je twee mensen voor onder een bordje ‘Eltern’ bij de schoolpoort.
Klinkt als ‘ell-tern’ — denk aan ‘elders’ (ouders) met een twist.
Alleen-meervoudig woord: denk aan ‘die Eltern’ (meervoudig lidwoord) — gebruik ‘die’ om het meervoud te onthouden.
Opmerkingen
Dit zelfstandig naamwoord wordt in het Duits alleen in het meervoud gebruikt (nur im Plural). Er is geen enkelvoudsvorm met de betekenis ‘ouder’ — gebruik ‘Elternteil’ of ‘Mutter/Vater’ voor het enkelvoud. | Alleen-meervoudig zelfstandig naamwoord; enkelvoudsvormen zijn niet van toepassing.