adverb
alleen, slechts
A1
nur is een bijwoord en betekent ‘alleen’ of ‘slechts’. Het beperkt de betekenis van de zin: Ich habe nur ein Buch. Meestal staat het vlak voor het woord of zinsdeel dat het benadrukt. Heel gebruikelijk in spreektaal en schrijftaal.
Voorbeelden
Der Fahrer blieb nur wenige Minuten, weil er schnell weiterfahren musste.
De chauffeur bleef maar een paar minuten, omdat hij snel verder moest rijden.
Ich habe nur fünf Euro.
Ik heb maar vijf euro.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je één klein puntje voor, omcirkeld en gelabeld als ‘nur’ om ‘alleen’ te betekenen.
rijmt ongeveer op het Engelse ‘sure’ — ‘only’ beperkt het.
Opmerkingen
Wordt gebruikt om iets te beperken; staat vaak vóór datgene wat beperkt wordt.