verb
markeren, aanduiden, markeren/onderstrepen
B1
markieren is een regelmatig zwak werkwoord en betekent markeren, aanduiden of markeren/uitlichten. Het perfect wordt gevormd met haben: ich habe markiert. Voltooid deelwoord: markiert; verleden tijd: markierte. Niet wederkerend en niet scheidbaar. Vaak gebruikt bij tekst, kaarten en lijsten.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Die Sekretärin markierte die wichtigen Stellen, bevor der Chef die Unterlagen las.
De secretaresse markeerde de belangrijke passages voordat de baas de documenten las.
Ich habe die Fehler markiert.
Ik heb de fouten gemarkeerd.
Ich markiere den Text.
Ik markeer de tekst.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een felle markeerstift voor die een zin markeert.
Denk aan « mark + ear + en » — het klinkt als « markeren » met een -en-uitgang.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
« markieren » is een regelmatig (zwak) werkwoord dat betekent markeren of markeren/uitlichten. Het wordt vaak gebruikt met documenten, teksten en checklists. De formele gebiedende wijs (Sie) vereist het voornaamwoord « Sie » in het Duits en kan niet zonder worden uitgedrukt; daarom is de « Sie »-vorm in de gebiedende wijs gemarkeerd als « niet van toepassing » in de vervoegingen.