los

adverb
los, kom op, gaan
B1

los is een modaal bijwoord en betekent meestal ‘weg’, ‘vooruit’ of informeel ‘kom op!’. Het komt voor in bevelen zoals Los! en in scheidbare werkwoorden zoals losfahren. De betekenis hangt sterk van de context af.

Voorbeelden

Los, wir müssen jetzt gehen!
Kom op, we moeten nu gaan!
Der Haken ist los und fiel herunter.
De haak kwam los en viel naar beneden.
Als die Musik losging, verließen viele Gäste den Saal, weil der Lärm zu groß war.
Toen de muziek begon, verlieten veel gasten de zaal omdat het lawaai te hard was.

Details

Typemodal

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je iets voor dat loskomt (een deksel dat wegvliegt) — het is „los” (los/losgemaakt).
👂Klinkt als het Engelse „lose” of „loose” — denk aan „loose” (niet vastgemaakt).
⚧️n/a

Opmerkingen

„los” heeft veel gebruiksmogelijkheden: het geeft aan dat iets los/af is, wordt gebruikt in bevelen („Los!”) in de betekenis van „Ga!” of „Kom op!”, en maakt deel uit van scheidbare werkwoorden (losgehen, losfahren).

Categorie

Woordenschatverkenner

In de buurt in het woordenboek