lohnen

verb
de moeite waard zijn, lonen, belonen
B1

lohnen is een regelmatig, niet-scheidbaar werkwoord. Het wordt meestal wederkerend gebruikt: sich lohnen = „de moeite waard zijn”, „lonen”. Perfekt: hat sich gelohnt. Zonder sich betekent het zelden „belonen” of „vergoeden”.

Voorbeelden

Die Arbeit lohnte sich nicht.
Het werk was het niet waard.
Die Firma lohnte die Mitarbeiter für ihre Überstunden angemessen.
Het bedrijf beloonde de werknemers passend voor hun overuren.
Das lohnt sich nicht.
Dat loont niet.

Details

Hulpwerkwoordhaben
ScheidbaarNee
RegelmatigJa
Werkwoordtypeweak

Hoofdsvormen

Präsens (3. Sg.)er/sie/es lohnt
Präteritum (3. Sg.)er/sie/es lohnte
Perfekter/sie/es hat gelohnt

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een weegschaal voor die na inspanning in jouw voordeel doorslaat — de weegschaal 'lohnt' de moeite.
👂Klinkt een beetje als 'loan' — denk: betaalt het zich terug / is het de moeite waard?

Opmerkingen

Veelgebruikte wederkerende vorm: «sich lohnen» (es lohnt sich = het is de moeite waard). Niet-wederkerend gebruik (bijv. «belonen») komt minder vaak voor en kan in sommige contexten formeler of ouderwets klinken.

Categorie

Woordenschatverkenner

In de buurt in het woordenboek

ichlohne
dulohnst
er/sie/eslohnt
wirlohnen
ihrlohnt
sie/Sielohnen
ichwerde gelohnt
duwirst gelohnt
er/sie/eswird gelohnt
wirwerden gelohnt
ihrwerdet gelohnt
sie/Siewerden gelohnt
ichlohne
dulohnes
er/sie/eslohne
wirlohnen
ihrlohnet
sie/Sielohnen
ichwerde gelohnt
duwerdest gelohnt
er/sie/eswerde gelohnt
wirwerden gelohnt
ihrwerdet gelohnt
sie/Siewerden gelohnt
ichwürde lohnen
duwürdest lohnen
er/sie/eswürde lohnen
wirwürden lohnen
ihrwürdet lohnen
sie/Siewürden lohnen
ichwürde gelohnt
duwürdest gelohnt
er/sie/eswürde gelohnt
wirwürden gelohnt
ihrwürdet gelohnt
sie/Siewürden gelohnt
duLohne!
ihrLohnt!
SieLohnen!