noun
loon, salaris, betaling
B1
Lohn (m.) betekent loon of salaris: betaling voor werk, vooral bij uurloon of handwerk. Meervoud: Löhne. Genitief enkelvoud: des Lohns. Het woord wordt vaak tegenover Gehalt gezet, dat meer een vast salaris voor werknemers aanduidt.
Voorbeelden
Sie verhandeln über ihren Lohn und mögliche Gehaltserhöhungen.
Ze onderhandelen over hun salaris en mogelijke loonsverhogingen.
Viele erwarten am Ende des Monats ihren Lohn.
Velen verwachten aan het einde van de maand hun loon te ontvangen.
Der Lohn ist diese Woche auf mein Konto überwiesen worden.
Het salaris is deze week op mijn rekening gestort.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een werknemer voor die geld ontvangt in een envelop met het label «Lohn».
Klinkt als ‘loan’, maar onthoud dat het is wat je verdient, niet wat je leent.
der — stel je een mannelijke werknemer («der Arbeiter») voor die zijn loon ontvangt: «der Lohn».
Opmerkingen
«Lohn» verwijst meestal naar loon of betaling; «Gehalt» wordt vaak gebruikt voor werknemers in loondienst. Genitiefvormen: «des Lohns» of «des Lohnes» (beide worden gebruikt).